Mooier kunnen we het niet maken

i.

Marie stelde haar lichaam ter beschikking van de wetenschap. Als persoonlijk assistente van professor Kapteyn droeg ze bij aan menig lemma. Haar naam stond nooit op een poster of artikel,

maar viel wel vaak bij recepties en symposia.

Nu is ze voorwerp van lacherigheid en walging bij het practicum anatomie, waar de atlassen rare vlekken hebben en alles naar formaldehyde ruikt. Op de bak waar haar hoofd in zit staat niets

over die heldere ster die hij naar haar vernoemde.

ii.

Orpheus gaf zijn levens aan het wegverkeer. Overdag zat hij graag achter buurthonden aan, gaf pootjes aan hun bazen, kroop onder auto’s, er meestal ook weer onderuit en uiteindelijk altijd op schoot bij zijn baas, een kunstenaar.

‘s Nachts braakte hij haarballen, keerde hij, op jacht naar muizen, uilenmagen om.

Nu is hij een project, zijn huid geprepareerd, zijn lichaam uitgestrekt als een valscherm, aan elke poot een rotor, zijn maag vervangen door een ontvanger en een motor, die hem samen nog een laatste keer nieuw licht in de ogen gunnen:

Radiografisch bestuurbare helicopterkat, biddend op zoek naar zijn traumamuizen.

iii.

Bertha gaf haar magen aan de industrie. Ze wist wat daar doorheen gaat: kunstlicht, krachtvoer, de liefde van de boer. Tijdens haar laatste bonte avond had hij haar vlekken nog paars geverfd

en haar de schoonheid van woorden geleerd als hemellichaam en abattoir.

Nu nadert ze een houdbaarheidsdatum, deelt ze haar plekje bij het raam van een afgeprijsde verpakking half-om-half met drie Klara’s, twee Bella’s en vijf zeugen zonder naam. Bij de kassa telt zoiets op tot

blieb, in de pan tot gesis, in een maag tot gegil en geloei.

iv.

Bas Jan gooide zijn hele hebben en houden in deze zeilboot, zijn lichaam overtuigd dat niets meer was, dan dit vallende sterven. Het enige dat hij nog kon omkeren was zijn maag. En deze blikken vol loeiend kalfsvlees.

Tijdens zijn helderste nachten zag hij walvissen vliegen, stegen onder de waterspiegel sterren op.

Nu noemt een brochure zijn einde ultiem en subliem. Iets wat hij, platvis op de bodem van de Atlantische oceaan, de Ierse Zee, het Kattegat, of misschien wel van een heel ander soort maag, kan bevestigen

noch ontkennen.

v.

Ik laat van alles aan het toeval over. Span mijn lichaam uit in het museumcafé, zwaai één keer met mijn rechterhand en sla daarmee zomaar een naamloze vlieg uit de lucht. Zijn val lijkt perfectie, zijn landing precies

in mijn bier. Met uitgestrekte vleugels is hij even een wankel vlot op deze koolzuurzee.

Nu is opeens de tl-verlichting aan, wrijf ik in mijn grote ogen, boent de barman ondertussen rare vlekken uit het tafelkleed, ruikt alles hier naar ontsmettingsmiddel.

Net ging ik nog even volkomen op

in deze schoonheidsstrijd tussen een stervende vlieg en doodslaand bier, terwijl al mijn magen loeiden om een ultiem ad fundum.

Nu betaal ik alweer met gepast geld, wrijf in mijn kleine ogen, vlieg niet, val niet, verslik me niet, keer me om.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s