The Artist Formerly Known As City poet

Vandaag nam Dennis Gaens afscheid als stadsdichter van Nijmegen. Dat deed hij door, samen met Macronizm en SmooveBusiness, Lucy op te voeren – voor het laatst in Nijmegen. Die voorstelling heeft de afgelopen anderhalf jaar een hele mooie ontwikkeling doorgemaakt.

Na de pauze waren er verrassingsacts, op geheel eigen wijze aangekondigd door onze knuffel-Beun’ Willem Claassen. Er was muziek van Rather Real, Jeroen Lazeroms, Kika Sprangers en de broertjes Bevelander. Wat herbergt Nijmegen toch ontzettend veel muzikaal talent en wat is het mooi dat door zoiets als het Stadsdichterschap bruggen geslagen kunnen worden tussen muziek en tekst.

Frank Tazelaar hield een mooi betoog over Dennis’ proëzie, die (nomen est omen) altijd in beweging lijkt te zijn. Martijn Brugman vertegenwoordigde onze vrienden uit Arnhem met een prachtige monologue interieur. Als het Droste-effect nog niet uitgevonden was, had het het Brugman-effect geheten.

Ook ik mocht iets vertellen. Hieronder mijn voordracht, waarvan de management summary is, dat Dennis een goeie gast is.

* * *

Dit gaat over Dennis. Om iets over Dennis te vertellen ga ik een boel over mezelf vertellen. Dat is een stijlfiguur en daarom mag het.

Maar eerst ga ik iets algemeens zeggen en in de wij-vorm praten. Dat laatste doet Dennis ook altijd en daarom mag het.

Het leven is een keten van toevallige gebeurtenissen. Als we terugkijken op wat tot nu toe ons leven is, zien we zo af en toe van die momenten waar we met terugwerkende kracht van moeten huiveren. Als we op zo’n moment een stapje meer naar links of naar rechts hadden gezet waren we hier nu helemaal niet geweest, waren we misschien wel heel iemand anders geweest, hadden we in de goot gelegen, of hadden we juist het Higgs-deeltje ontdekt. Of hadden we in de goot gelegen en daar het Higgs-deeltje ontdekt.

Voorbeeld. (We schakelen nu over naar de ik-vorm. Dat doet Dennis ook altijd, daar krijg ik altijd een beetje kippenvel van en daarom mag het.)

Mijn leven is ooit begonnen met 24 uur wiegenrust. Als ik die wiegenrust niet had gehad zou mijn leven 24 uur uit fase zijn geraakt met mijn huidige leven en zou ik daarmee allerlei cruciale momenten hebben gemist. Had ik hier bijvoorbeeld gisteren al gestaan. Was alles aan mij prematuur geweest. Had ik nooit vader kunnen worden.

Timing is alles.

Nog een voorbeeld. En voor mij is dit één van de meest huiveringwekkende. Als jij, Dennis, niet in 2011 stadsdichter van Nijmegen was geworden, had ik hier nu niet gestaan.

Een gedicht over toeval:

Adolf en Eva
De wereld als laboratorium

De sprekers op hun bruiloft waren het over twee dingen eens:

  1. ze waren een bijzonder stel en
  2. ze waren voor elkaar gemaakt.

Er werd gegrapt over bomen en appels, over slangen en over elkaar
het hof maken. Aad en Eef hadden het glimlachend aangehoord.

Pas bij het uitpakken van het cadeau was er een vuur gaan branden
in Aads ogen. Een flipperkast van Jurassic Park. Zijn dankwoord

was even meeslepend als spitsvondig. Aad was altijd al een
groot redenaar geweest.

Tijdens hun huwelijksreis in het Zwarte Woud
bleek hoezeer de sprekers gelijk hadden gehad.

Aad keilde steentjes over het water. Eef telde hoe vaak ze stuiterden.
Aad gooide takjes in de rivier. Eef turfde waar ze onder de brug vandaan kwamen.
Aad prikte in een mierenhoop. Eef maakte aantekeningen in haar logboek.

Nu ze voelen dat het einde nadert,
denken ze aan al die keren

dat Aad vroeg: wat zal er gebeuren?
en Eef zei: laten we eens kijken.

Kijken wat er gebeurt

als je een bel blaast of op een bel drukt,
als je de kat in een doos stopt,
of twee konijnen in de flipperkast.

Als je in de kroeg aan een meisje
vraagt of ze met voorspel wil.

Als je zomaar iets begint.
Als je zomaar iets met elkaar begint.

Als je misschien wel zomaar
iets bijzonders begint.

En als je het dan een beetje
een vreemde naam geeft.

Laat ik iets vertellen over die keten van gebeurtenissen die mij hier heeft gebracht. En laat ik dat met een puntenlijstje doen. Dennis is dol op puntenlijstjes en daarom mag het.

  1. Henk Beerten twittert dat Dennis Gaens Jaap Robben opvolgt als stadsdichter.
  2. Ik lees “Hoeveel steden deze stad is”.
  3. De zin “De stad die als een decor achter de Waal staat gestapeld” is reden genoeg om naar de boekhandel te gaan en daar Ik en mijn mensen en Het nieuwe zwart te kopen.
  4. Ik ben verkocht.
  5. Prijsvraag.
  6. De rest is geschiedenis.

Een gedicht dat goed te lezen is als een hommage aan Joeri van Putten:

De stad

We zijn trage jongens. Er zijn er die zeggen dat we maar moeilijk
in beweging te krijgen zijn. Dat de stad ons gevloerd heeft. In werkelijkheid
zijn we nauwelijks te stoppen

Onze voetzolen zijn zuignappen. Millimeter voor millimeter tillen we jullie
stadsmoerassen uit de grond. Daar is voorlopig nog weinig van te merken.
We nemen de tijd.

Onze traagheid is duizelingwekkend. Als we voorbij zijn: vertrouw niet meer
op jullie kompassen. Vergeet jullie satellieten. Overal waar we langskomen
morrelen we aan de velden.

We zijn de bromtoon in jullie basboxen, brengen de taal van mammoets
en walvissen naar de bodem van de stad. Jullie stad, die ons zogenaamd
gevloerd heeft.

Maar gevloerd zijn we niet. We hebben ons alleen langzaam laten
vallen, in een baan om een lichaam, dat nog veel trager is dan wij.

Ik kom nog even terug op die prijsvraag. Die leidde tot de volgende mailwisseling tussen mij en Dennis. Het voorlezen van oude mail- of sms-draden tijdens Wintertuin-speeches is verplicht en daarom moet het.

  • Ik: “MAUS”
  • D.: “Je hebt een papieren versie gewonnen, de eva mouton-variant. Als je me je adres stuurt, doe ik ‘m zo snel mogelijk op de post.”
  • Ik: “Dank voor het feit dat jouw lot mij gunstig gezind was. Ik zal het boekje koesteren en er mee pronken. (…) Complimenten ook voor de invulling, zover, van jouw stadsdichterschap. Goed dat we mensen vrijspelen om ons te laten bevliegen.”

Op mijn toenmalige blog schreef ik: “Onlangs schreef onze stadsdichter een prijsvraag uit en zowaar: ik was één van de twee winnaars! Nijmegen kent ruim 160.000 inwoners. I must be a lucky bastard.”

Tot op de dag van vandaag vindt Dennis dit hilarisch. Er waren maar twee inzendingen.

En toch had ik het toen al goed begrepen: andermans lot was mij gunstig gezind en dat maakte mij een lucky bastard.

In de tijd die volgde leerden we elkaar beter kennen. Twee behoorlijk verschillende karakters met een gedeelde kijk op het leven, of op de dingen, of hoe je dat ook wilt noemen, in ieder geval iets essentieels dat kan leiden tot iets ander essentieels: waardering voor elkaars poëzie. Dennis wilde graag tijd investeren in de ontwikkeling van mijn gedichten en zo ontstonden de Blaauwe Handjes – avonden in de kroeg met gedichten en enorm veel nuttige feedback. I must be a lucky bastard.

Nog een puntenlijstje. Dennis leerde me:

  1. Veel.
  2. Veel af.
  3. Dat Alopecia van Why? een ontzettend goeie cd is.
  4. Dat je soms een pose aan moet nemen voordat je iets kan worden, of durven.
  5. Dat je soms even tegen de stroom moet inzwemmen en dan het liefst op de plek waar de stroming het sterkst is.
  6. Dat je met de titel van een gedicht je lezer onder een heel andere hoek kan plaatsen en hoe het gedicht dan heel anders aankomt.
  7. Dat Alopecia van Why? een ontzettend goeie cd is.
  8. Nog veel meer.
  9. Nog veel meer af.

Een gedicht over Dennis en over de spectaculaire bundel Schering en Inslag die eind deze maand voor lange rijen voor de boekhandel zal zorgen:

De Gangmaker

Hij zet zijn knie op slot, laat zijn rechterarm zakken,
hand op holsterhoogte, palm naar boven.

Vlak voor het scherpschot nog één laatste
weging van de verfpatronen.

Hij gaat meestal direct voor de hypofyse. Zijn mensen
herken je aan dat merkteken, midden tussen de ogen

Hij is die jongen die op de dansvloer meisjes
uitlicht met zijn stroboscoop, liefhebber

van sloopkogels en voorhamers. Aan het eind van het
feest gaat hij altijd op zoek naar de draagmuur.

Onze discussies over de vraag of wat hij wil wel kan,
zetten wij dan even buiten voort.

Nu sta ik hier. We zijn ruim twee jaar, een stadsdichterschap en, jawel, een hele baard verder. Wat ik toen eigenlijk al wist, weet ik nu zeker: iemand die poëzie schrijft waar relativeringsvermogen en bravoure zo hand in hand gaan en waar tegelijkertijd in elke observatie mededogen doorklinkt, dat moet wel een goeie gast zijn. Dat wil zeggen: iemand die zijn prioriteiten op orde heeft. Iemand die zoiets als een stadsdichterschap met oprechtheid zal invullen. Dat heb ik mogen merken, dat heeft Çetin mogen merken, burgemeester De Graaf, het Tamboerijnvrouwtje, ja, zelfs heel Arnhem.

Zoals je met een titel een gedicht kunt veranderen, zo kun je met een gedicht een stad veranderen. Dennis’ stadsgedichten zetten ons steeds weer onder een andere hoek, waardoor Nijmegen bij elk gedicht weer net even een andere stad werd. Hoeveel steden deze stad is. Het is jammer dat dat nu voorbij is, maar het biedt ook weer tijd en ruimte voor nieuwe dingen, nieuwe poses misschien, nieuwe rollen. In ieder geval is daar de rol van The Artist formerly know as City Poet.

Het leven is een keten van toevallige gebeurtenissen. Het grappige aan ons mensen is dat we juist op de momenten waar toeval een doorslaggevende rol speelt het gevoel hebben dat de dingen voorbestemd waren om zo te gebeuren. Zo steken we in elkaar. Daar zullen we het mee moeten doen. En daar is maar één goed antwoord op: mededogen.

Hoe dan ook hoop ik, dat er nog veel huiveringwekkend mooie gebeurtenissen voor jou, voor ons, voor ons allemaal in het verschiet liggen. Dat die gebeurtenissen ons nog lang en vaak samen zullen brengen. En dat het dan steeds weer voelt alsof het zo heeft moeten zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s